Featured Open bijendag: 27 augustus 2022

Het bestuur van IJsclub Sneek 1871 houdt op zaterdag 27 augustus in samenwerking met de drie hobby-imkers Willem Altena, Cor Reijenga en Cor de Boer op de ijsbaan een open bijen(mid)dag. Iedereen – leden en niet-leden, jong en oud – is van harte welkom tussen 14 en 16 uur. Nabij het ijsbaangebouw en rond de ‘stal’, gelegen aan de noordrand van het grazige terrein, kan men kennismaken met het wonderlijke leven van meerdere bijenvolken. Voor een natje, droogje en ijsje wordt gezorgd. En un potsje hoaning? Zolang de voorraad strekt.

Zuivere honing afnemen, na(s)maak teruggeven…

Imkers foppen ijverige ijsbaanbijen
Het is officieel nog wel een maand zomer, maar onze bijen zijn allang druk in de weer om zich op de winter voor te bereiden. Juist in het voorjaar verzamelden ze voer. Dat doen ze ook nu nog wel, zij het dat ze het met een beduidend lager aanbod aan stuifmeel en nectar moeten stellen. Zoveel bloeit er immers niet meer. Sommige imkers brengen hun kasten deze periode naar de heide, een van de weinige laatbloeiers. Levert nogal stijve honing op.

Veel lekkerbekken vinden vloeibare honing fijner. Vroeger of later zal ook die gaan versuikeren. Dat stugge kun je ongedaan maken door het potje in een pannetje met warm water – op syn Snekers: ‘oh, ik bin Marie’ – onder te dompelen. Wat ook kan: zet een schaaltje met een kwak honing een paar seconden in de magnetron. Smeert daarna als voorheen.

Onze honing is vaak een allegaartje, afkomstig van paardenbloem, wilg, klaver, biggenkruid (dat volop op de ijsbaan groeit), tuinbloeiers uit de aanpalende wijken De Zwette en Pasveer (bedankt beste bewoners) en ander bloemrijk groen binnen een straal van 2 kilometer rond de ‘stal’. Onder een microscoop en met labproefjes zou de samenstelling nauwkeurig uit te vogelen zijn. Wij noemen het simpelweg ‘zomerhoning’. Of, nog liever, IJsbaan Honing, zoals we op onze etiketjes hebben gezet.

Die honing, een beetje dikker en geler dan voorgaande jaren, hebben wij, gemeen als we zijn, een poosje geleden van de (nogal boos geworden) bijen afgepakt. In een zoemvrije ruimte met een speciaal apparaat uit de honingraampjes geslingerd en in uitgekookte potjes gegoten. Een 12 kilo per kast, gemiddeld. Om het volk niet in de winter te laten verhongeren, geven wij het de komende herfst een even grote hoeveelheid suikerwater (ook zoet, maar lang zo lekker niet…) terug. Zo zijn we dan ook wel weer.

De bijen zitten in de winter dicht opeen. Ze vormen een bal en laten hun vliegspiertjes rollen, om zo een temperatuur van 25 graden aan te houden. Hun energievoorraad hebben ze binnen pootbereik. De dames blijven waakzaam. Ze slapen bepaald niet…

Enkele wintertjes geleden duwden stoere jochies aan de buitenkant van de ijsbaan met een lange stok door het stalen hekwerk een kast half omver, waarna een kluit bijen de tegenaanval moet hebben geopend. Wie denkt dat hij achter tralies onprikbaar is, heeft een gaatje in het hoofd. Een letterlijk gaatje (dat soms een dikke bult kan worden) kan heus geen kwaad. Het doet drie seconden flink pijn en jeukt vervolgens evenveel dagen. Krijg je de volle laag dan kun je je aardig beroerd gaan voelen.

Hoe het met die kereltjes afliep? We hoopten dat ze heel hard en ver weg konden draven. Maar of ze schadevrij bleven, is onzeker, want een beetje getrainde bij kan een snelheid van 40 kilometer per uur halen – en dat met een gevulde tank van 40 milligram nectar liefst 10 kilometer achtereen…

Kijkje nemen

In zijn algemeenheid is onze raad: blijf een paar meter uit de buurt. Wil je tijdens de open dag (27 augustus 2022 van 14.00 – 16.00 uur) een kijkje dichterbij nemen en ook een blik in de kast werpen, dan kan dat prima. Het is vaak niet eens nodig, maar uit voorzorg kun je een gazen kap opzetten of zelfs een compleet imkerpak aantrekken. Dragen wij zelf vaak ook.

Kappen hebben we in voorraad; grote voor bolle, volwassen hoofden en kleine voor kinderkopjes.


goudgele honing zo uit de kast de potjes in

Kinderen met kapjes op kijken hoe de bijen af- en aanvliegen.

Willem Altena, ijsbaanimker

Buurtcamping XL op 15 augustus 2022 op de ijsbaan

Maandag 15 augustus is er op de ijsbaan een Buurtcamping XL. Een heel leuk evenement van Simmer yn Sudwest 2022 en Sociaal Collectief SWF . Iedereen is welkom vanaf 13.30 uur tot 16.30 uur. Je hoeft hiervoor niet aan te melden. En wat is er te doen? Gratis fotoshoot voor het hele gezin, sportieve activiteiten, stormbaan, noem maar op. Tot maandag middag !

Koninklijke menutip van Sneker ijsbaanbijen:

Slik honingbrij en groei uit tot prinses!

Wat je eet, dat ben je. Ken je die uitdrukking? Weten we van de bijen, al zeggen die het zelf nog ietsjes scherper: wat je eet, dat word je…
Wat is het verschil? Nou, als je meteen vanaf de geboorte een speciaal soort melk krijgt, word je een ware prinses! Je mag gewoon in een rijtjeshuis uit je ei kruipen en je vader hoeft niet persé Willem Alexander te heten. Je moet wel een meisje zijn. Bij jongens werkt het niet.

Raar verhaaltje? Een sprookje? Niet volgens de bijen.

We weten dat een volk voornamelijk uit vrouwtjes bestaat. Mannetjes zijn sterk in de minderheid. Van koninginnen heb je in een volk altijd maar eentje. Twee koninginnen in een kast? Roep dan de begrafenisondernemer maar. Daaruit gaat koninklijk bloed vloeien.
Het klinkt alsof zo’n koningin een bazige figuur is, een dictatorretje. Dat is betrekkelijk. Ze heeft een hofhouding, een stuk of acht tot tien bijen die haar verzorgen, te eten geven en leiden langs de raten, waarin zij eitjes legt. Zelf heeft zij weinig te vertellen. Zoveel verschilt ze misschien niet eens met een mensen-koningin…

Na een vruchtbaar voorjaar besluit het volk zich in tweeën te delen. Verspieders gaan uit om een geschikte woonstek elders te vinden, waarna een ieder te horen krijgt of hij/zij uit de kast mag komen of thuis moet blijven.
De koningin heeft geen keuze. Als binnen alle geledingen over een tussenstop en de eindbestemming een akkoord is bereikt, begeleiden de hofdames haar naar de vliegplank en kiest zij met tienduizend onderdanen het luchtruim. Een zwerm.
En daar zitten ze dan, de achtergebleven halve rest. Zonder koningin! Help? Neuh. De oude koningin heeft tal van (vrouwelijke) larfjes in open wascelletjes achtergelaten. Een bekwaam comité kiest een stuk of vijf tot tien daarvan uit als geschikte kraamwiegjes.

En nu komt Het Niet Te Bevatten Eetgeheim. Zetten de voedsters larfjes gewoonlijk op een vast menu van water en bijenbrood. Nu geven zij het de uitverkoren ‘koninginnebrij’, een speciale mix van sappen, honing, vetten, stuifmeel en andere ingrediënten met Latijnse afkortingen.
Twee weken later: het eerste koninginnetje steekt de kop uit de dop. Heur aanstaande hofhouding staat er met de gepoederde neus bovenop. Soms helpen ze haar een handje. Als zij ferm van lijf en leden is en het juiste luchtje afgeeft, mag ze blijven. Anders knuffelen ze haar dood en mag nummer twee op appèl komen.
Is de jonge koningin gekroond, dan kan ze twee dingen doen. Of ze loopt naar haar zusjes en steekt ze, één voor één, dwars door hun doppen overhoop. Of – en dit geloof je niet totdat je het zelf hoort – ze gaat ‘tuten’!
Geeft ze kusjes? Nee, nee, ze maakt een geluidje, waaruit de opgesloten koninginnen-in-spé – die dat met onvervalst ‘kwaken’ beantwoorden – opmaken dat ze binnen moeten blijven totdat deze koningin vertrekt, vaak dezelfde dag nog en opnieuw met de helft van het volk. Als ook de volgende koningin gaat tuten en verkast, maakt het aldoor uitdunnende volkje zelf een eind aan de uittocht door een koningin aan te wijzen en de overige dames tot het schavot te veroordelen.

Nog even over dat wonderlijke, beetje zurig smakende koninginnegelei. Waar een larf twee keer zo snel van groeit en ook nog eens twee koppen groter van wordt. En waardoor een koningin vier jaar oud kan worden in plaats van al na acht weken te ontslapen, zoals een gewone bij. Stel: als wij, arme stervelingen, dat bijenmelk gaan verzamelen en zelf innemen, wordt onze houdbaarheid dan ook verruimd? Wel, het is al geprobeerd, bij vrouwen. Resultaat: ze kregen opvliegers, raakten behaard en er groeiden kleine antennes uit hun oren.

Raar verhaaltje. Klopt, want dit is wel een sprookje.

Wil je meer wonderbaarlijke wetenswaardigheden over de Sneker ijsbaanbijen horen, blijf dan in de buurt…

Willem Altena, ijsbaanimker

Pasgeboren koningin, rechts bovenin. Heeft een langer achterlijf dan de andere bijen


Vrijwilligers van de ijsclub zaaien een deel van de ijsbaan in met zaad van bijvriendelijke bloemen

 

Binnenkort slachtpartij op de ijsbaan:

Werksters gooien darren de kast uit

Mannetjesbijen (onderling spreken ze elkaar liever aan met ‘dar’) gaan na een week of acht de pijp uit. Dan heb je geen lang leven, inderdaad. De darren die nu worden geboren, halen dat niet eens. Als zij dit stukje zouden lezen, schrikken ze zich een hartverzakking.

Want: in de tweede helft van augustus zullen ze ruw de deur worden gewezen. Van kast en haard verlaten rollen de verwende jongeheertjes tussen de ijsbaangrassprieten op de rug, spinpoatsje nog even na en stijgen op naar de bijenhemel. Elk jaar dezelfde slachtpartij. Je kan de agenda erop gelijk zetten. Rond onze open-dag zullen mannetjes nog op één hand te tellen zijn.

Wees eerlijk, bijen zijn bikkelharde wezens. Vooral de vrouwen. Zijn het immers niet nota bene hun bloedeigen broertjes en half-broertjes die zij de dood injagen? Je ziet ze de mannetjes wegduwen en over de vliegplankrand kieperen. Die darren werken daar echt niet allemaal met plezier aan mee. Maar wat doe je als man tegen zo’n grote overmacht aan vrouwspersonen? Eén dar tegen twintig werksters. Dat is ongeveer de verhouding.

Je mag dan wel een kop groter wezen, dit ga je als vent subiet verliezen. Jij moet het uitsluitend van je spierkracht hebben, want angelloos. Een vrouwtje kan steken – en doet dat ook, meermaals als ze dat zo nodig wil.

Maar, ho even… Als een bij prikt, gaat ’ie toch dood? Klopt, als ze een mens met gif injecteert. Onze huid is zo dik dat de weerhaak van de angel daarin blijft zitten. Einde verhaal vrouwtje. Een dar is maar een zacht eitje; die kan ze moeiteloos (blijven) doorsteken.

Een beetje eigen-schuld-dikke-bult is het ook wel van die mannetjes. Ze zijn helemaal niet sociaal. Dat zet kwaad bloed. De meeste tijd lummelen ze in de kast rond. Met de handjes op de rug wat over de raten lopen, stomme praatjes verkopen hier en daar en aldoor lekker snoepen van de honing die werkwillige vrouwtjes naar binnen hebben gehaald. Ze eten drie keer zoveel als de werksters.

Bij mooi weer zuigen ze zich vol en hangen ze een poos rond op een naburige darrenverzamelplaats hoog in de lucht. In de hoop dat jonge koningen langskomen om hier hun maagdelijkheid te verliezen. Die maken trouwens zelf hun keuze.

Alleen de leukste en sterkste darren staat het bruidje als paringspartner toe. Eenkennig is zij niet. Ze duikt met minstens tien darren onder de dekens. Met een slordige 4,5 miljoen spermatozea op zak kan de koningin drie jaar lang haar eitjes leggen. Van een dagscore van 1400 stuks kijkt niemand in haar kast op.

Als Hare Majesteit in zo’n minuscuul zeskantig wascelletje een eitje deponeert en daar een spermazaadje bij doet, groeit hier een werkster uit. Stopt ze er alleen een eitje in, dus zonder zaadje, dan wordt het een mannetje. Maar hoe ontstaat een koningin eigenlijk zelf? Wil je bij blijven? Lees dan volgende keer meer…

Willem Altena, ijsbaanimker

gekke tekening van een werkster met een stuifmeelmandje

en dit is een zogeheten raam uit een kast met daarop bijen en (gesloten) broedcellen, waarin larfjes zich tot bijen ontwikkelen

Sneker ijsbaan in de zomer….

drukker bevolkt dan winterdag

Op de IJsbaan Dicky van der Werf is het ‘s zomers veel drukker dan in de winter! Huh, dat kan toch niet? Toch is het echt waar. Op een mooie schaatsdag zwieren honderden sportieve jongens, meisjes en volwassenen over de baan, maar zij vallen in aantal in het niet bij de duizenden nijvere dametjes die hier nu aan de Leeuwarderweg ronddarren….

Bijen! Ah, tuurlijk.

Onze harige, gevleugelde milieuvriendinnetjes. Ja, daar zijn er in dit groene stukje Sneek heel wat van. Even tellen. Een, twee…, eh, zes kasten staan er opgesteld, keurig naast elkaar, helemaal aan het eind van de baan, op 200 meter tegenover de ingang. Alleen al in één kast, van nog geen meter hoog, huizen meer honingbijen dan in heel onze stad aan Snekers wonen. Op z’n top – en dat is in juli het geval – kan zo’n volk wel 40.000 exemplaren tellen.

Dat zijn voornamelijk vrouwtjes. Een op de vijftien, twintig is een mannetje. Te herkennen aan zijn dikke kop en bolle ogen. Die wil alleen maar vrijen met maagdelijke jonge koninginnetjes, op een gezellige vrijgezellenhangplek hoog in de lucht een eind verderop. Verder zijn hij en zijn broers nogal lui en opvreters. Maar toch ook wel weer leuk én aaibaar. Aaibaar? Ja, want mannetjes – in tegenstelling tot vrouwtjes – steken niet.

Hun zusjes zijn ijverig. Zij doen allerlei dingen in de kasthuishouding. Van was raten bouwen, de koningin (daar is er in die hele bijenkluit maar eentje van) begeleiden bij het eitjes leggen, de jonkies helpen grootbrengen. En, niet te vergeten, buiten bloemenboodschappen doen! Nectar opzuigen, stuifmeel in hun pootkorfjes stoppen, water ophalen. Om maar wat te noemen.

Tsja, dan steekt het natuurlijk dat mannetjes geen flikker uitvoeren. Die ergernis loopt in de zomer onder de assertieve werksters aldoor verder op. Totdat in de tweede helft van augustus in de kast de bom barst. Dat duurt dus nog een dikke maand. Toch kun je volgende week hier al lezen wat er dan gebeurt…